Jump to main content
Clea

Clea
Comité liberté d'expression et d'association

S'exprimer, s'organiser, contester:
ce n'est pas du terrorisme !


 


Bahar Kimyongür cite l'Etat belge pour son "enlèvement" aux Pays-Bas:

"D A G V A A R D I N G

 

Ten jare,

ten verzoeke van :
Bahar KIMYONGÜR,  wonende te 1080 SINT-JANS-MOLENBEEK,  Jean Dubrucqlaan 84/0033

hebbende als raadsman Mr.Carl ALEXANDER, met kantoor te 8000 BRUGGE Zwijnstraat 3

Ik ondergetekende,

heb dagvaarding gegeven aan :

DE BELGISCHE STAAT, in de persoon van de minister van Justitie, tot wiens bevoegdheid het onderwerp van het geschil behoort en wiens kabinet gevestigd is te 1040 BRUSSEL, Handelsstraat 78-80 om te verschijnen op
voor de RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG te BRUSSEL
zetelende in zijn gewone gehoorzaal te Brussel in het Gerechtsgebouw,  Poelaertplein ,  Brussel

TENEINDE

Aangezien mijn verzoeker op 28.04.1974 te St.Agatha-Berchem geboren is en de Belgische nationaliteit heeft dat dit gegeven zijn belang heeft , daar hij Belgisch staatsburger is,  en België krachtens het Europees Uitleveringsverdrag, zijn uitlevering kan weigeren dat mijn verzoeker zich in de nacht van 27 op 28 april 2006 als passagier per wagen naar Nederland begaf dat de wagen op de Papeweg te Zoeterwoude door politie werd aangehouden , en onmiddellijk de uitsluitende belangstelling van de Nederlandse verbalisanten voor mijn verzoeker bleek dat de bestuurder zondermeer kon beschikken,  doch mijn verzoeker aangehouden werd op basis van een internationale signalering dat meer in het bijzonder gebleken is dat de Turkse Staat een Europees uitleveringsverzoek voor mijn verzoeker had gedaan op grond van verdenking van de artikelen 140a (deelname aan een terroristische organisatie), 285 (bedreiging) en 300 (mishandeling) van het (Nederlandse) Strafwetboek dat verzoeker op grond van dat uitleveringsverzoek voorlopig gehecht werddat de betrokkenheid van verzoeker volgens het uitleveringsverzoek zou bestaan hebben in een viertal feitencomplexen , te weten :
- het bekleden van een verantwoordelijke functie in het informatiecentrum van de DHKP/C in Brussel;
- het deelnemen aan een incident op 28 november 2000 in het Europees Parlement;
- het zitting nemen in een ondersteuningscommissie bij de persbijeenkomst met betrekking tot de honderstaking van ene Ilhan Yelkovan; en
- het bijwonen van rechtszittingen in België betreffende F.Erdal dat het een feit is dat mijn verzoeker sinds jaar en dag zeer sterk geëngageerd is in bewustmaking en strijd tegen wantoestanden in Turkse gevangenissen, inzonderheid ten aanzien van politieke gevangenen dat mijn verzoeker bij uitlevering naar Turkije onaanvaardbare risico's zou lopen dat dan ook,  nog voor de Nederlandse rechter uitspraak kon doen over de toelaatbaarheid van het Turkse uitleveringsverzoek,  ten gunste van mijn verzoeker talrijke steunbeteugingen geformuleerd werden om alle beschikbare politieke en juridische middelen in te zetten tegen de uitlevering

Aangezien de Uitleveringskamer van de Rechtbank te Den Haag bij uitspraak van 4 juli 2006 de uitlevering inderdaad afgewezen heeft als ontoelaatbaar dat die Rechtbank daarbij overwoog dat "op grond van de zich bij het uitleveringsverzoek bevindende stukken en de nadere verstrekte inlichtingen ten aanzien van het incident op 28 november 2000 in het Europees Parlement (is) komen vast te staan dat het hierbij slechts ging om een demonstratie, waarbij de opgeëiste persoon de zaal binnenkwam, scandeerde en demonstreerde".  Voorts : "Dit levert naar Nederlands recht niet een strafbaar feit op , waarop het uitleveringsverzoek kennelijk ziet , zoals een bedreiging , aanslag of aanval op de in het Europees Parlement sprekende Turkse minister van buitenlandse zaken .  Ten aanzien van de drie andere feitencomplexen is de rechtbank van oordeel dat de zich in het dossier bevindende stukken afkomstig van de opeisende partij onvoldoende aanleiding vormen voor de conclusie dat de opgeëiste persoon ook naar Nederlands recht deel uitmaakte van een criminele organisatie als in het uitleveringsverzoek bedoeld,  ook niet indien deze feitencomplexen bezien worden in onderling verband en samenhang met elkaar en met de omtrent de DHKP/C desgevraagd verstrekte nadere algemene informatie" dat m.a.w.  de feiten van het Turkse dossier dus prima facie reeds onmogelijk tot een veroordeling naar Nederlands recht kon leiden Aangezien mijn verzoeker op basis van dergelijk zwak dossier wel van 28 april 2006 tot 4 juli 2006 gehecht bleef in een Nederlandse gevangenis dat de morele schade wegens vrijheidsberoving op zich reeds zeer ernstig is ,  doch in het geval van mijn verzoeker zich hier de constante angst aan toevoegde voor de risico's voor foltering en mishandeling , die hij in Turkije zou lopen

Aangezien de timing geen twijfel toelaat dat de aanhouding van mijn verzoeker geen toeval is dat mijn verzoeker zich op 8 mei 2006 diende te verdedigen voor het Hof van Beroep te Gent tegen een tenlastelegging , gebaseerd op deelname aan activiteiten van DHKP/C dat mijn verzoeker op die zitting niet aanwezig kon zijn zodat zijn fundamenteel recht om persoonlijk aanwezig te zijn bij de behandeling van zijn zaak meteen gefnuikt werd Aangezien de internationale signalering uitging van Turkije op datum van 05 april 2006, en , nu de concrete feiten waarvoor uitlevering wordt gevraagd reeds van 28 november 2000 dateren,   het geen toeval is dat bijna zes jaar gewacht werd met signalering Aangezien mijn verzoeker dan ook opheldering heeft gevraagd aan het Nederlandse Openbaar Ministerie over de concrete omstandigheden waaronder de arrestatie in Nederland tot stand is gekomen dat de Nederlandse procureur dd 13.06.2006 conclusies neergelegd heeft waarin  expressis verbis bevestigd wordt dat er daags voor de arrestatie een overleg is geweest tussen het Nederlandse Landelijk Parket en het Belgische Openbaar Ministerie en waarbij door de Belgische collega's werd meegedeeld :
a/ dat er indicaties waren dat verzoeker zich eerstdaags naar Nederland zou begeven voor deelname aan een concert van een Turkse muziekgroep; en
b/ dat verzoeker (sedert 5 april 2006 dus) internationaal gesignaleerd stond op verzoek van de Turkse overheid Aangezien het niet geloofwaardig is dat die informatie vrijblijvend meegedeeld werd,  doch integendeel een arrestatie op grond van het internationaal signalement reeds in het vooruitschiet stelde dat  voorts uit de verschafte inlichtingen omtrent de omstandigheden van de arrestatie zelf ,  zondermeer besloten dient te worden dat geen aanvaardbare uitleg wordt gegeven ,  die de hypothese van een toevallige arrestatie zou ondersteunen dat dan ook vast staat ,   en dit ook van meetafaan duidelijk zo ondervonden werd door mijn verzoeker,   dat zijn arrestatie in de nacht van 27 op 28 april 2006 gepland was , en zulks in de lijn van voormeld overleg dat het Belgische Openbaar Ministerie gepleegd heeft met het Nederlandse Landelijk Parket Aangezien de arrestatie , en daaropvolgende vrijheidsberoving gedurende 67 dagen ,   een gevolg is van de informatie , die het Belgische Openbaar Ministerie op 27 april 2006 heeft gegeven,  en zonder die informatie onmogelijk zou geweest zijn dat het Belgische Openbaar Ministerie minstens onzorgvuldig is geweest door onvoldoende de inhoud van het Turkse uitleveringsdossier en de risico's die verzoeker daarbij zou lopen, in overweging te nemenx dat deze handelwijze als des te foutiever zou dienen aangemerkt te worden wanneer ook nog een voorafgaand overleg tussen het Belgische Openbaar Ministerie en de Turkse autoriteiten zou aangetoond worden dat mijn verzoeker vordert dat gedaagde dienaangaande , voorafgaandelijk en overeenkomstig art 871 Ger W ,  opheldering geeft over de omstandigheden waaronder zij kennis heeft genomen van het internationale signalement dat hoedanook dit alles des te erger is ,  inachtgenomen dat het Belgische Openbaar Ministerie wetens en willens medewerking verleend heeft aan de uitlevering van een Belgische onderdaan onder dergelijke onaanvaardbare omstandigheden,  in de wetenschap dat deze uitlevering,  in België zelf, onmogelijk zou geweest zijn Aangezien zich hier aan toevoegt dat datzelfde Belgische Openbaar Ministerie op de zitting van 8 mei 2006 voor het Hof van Beroep te Gent zich verzette tegen uitstel en argumenteerde dat mijn verzoeker zich maar diende te laten vertegenwoordigen dat het vanzelfsprekend niet zo is,  omdat de laatste jaren de raadsman toegelaten wordt zijn cliënt te vertegenwoordigen,  dat de zaken op zijn kop moet gezet worden en dat de raadsman verplicht moet worden om zijn cliënt te vertegenwoordigen dat op diezelfde zitting werd trouwens ook de Turkse Staat vertegenwoordigd, hoewel haar burgerlijke partijstelling in eerste aanleg reeds onontvankelijk was verklaard

Aangezien mijn verzoeker dus  niet persoonlijk aanwezig kon zijn door de démarches van een partij,  die zelf niet op ontvankelijke wijze kon deelnemen aan de debatten,  en mèt medewerking van een Openbaar Ministerie ,  dat in die zaak wel zeven jaar vorderde voor verzoeker , doch zijn persoonlijke aanwezigheid om zich daartegen te verdedigen, niet noodzakelijk achtte dat één en ander onbegrijpelijke proporties krijgt wanneer verzoeker onmogelijk wordt gemaakt zich in België te verdedigen tegen de tenlastelegging van deelname aan activiteiten van DHKP/C omwille van een hechtenis ingevolge een uitleveringsverzoek met het oog op vervolging in Turkije voor  dezelfde tenlastelegging van deelname aan diezelfde DHKP/C dat gelukkig hieraan een eind is gemaakt met de uitspraak van de Nederlandse Rechtbank op 4 juli 2006 , doch de schade onherroepelijk is dat zoals hiervoor aangetoond deze schade , zoals ze zich concreet heeft voorgedaan,  niet zou hebben plaatsgehad zonder de onzorgvuldigheid van het Belgische Openbaar Ministerie

Aangezien mijn verzoeker dan ook vergoeding vordert voor de geleden morele schade in billijkheid begroot op 70 euro per dag vrijheidsberoving ,  hetzij 67 X 70 euro = 4.690 euro
 

OM DEZE REDENEN,
 en alle andere in te roepen in het geding, desnoods ambtshalve,

Gedaagde zich de vordering van mijn verzoeker ontvankelijk en gegrond te horen verklaren En dienvolgens gedaagde te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding van VIERDUIZEND ZESHONDERD NEGENTIG EURO (4.690 €)

Voorafgaand gedaagde zich te horen bevelen opheldering te geven over de omstandigheden waaronder zij kennis heeft genomen van de internationale signalering van verzoeker uitgaande van Turkije op datum van 05 april 2006 en dienaangaande alle bewijsmateriaal dat zij bezit, over te leggen.

Mijn verzoeker zich terzake voorbehoud te horen verlenen om haar vordering nog  uit te breiden dit alles te vermeerderen met de gerechtelijke interesten vanaf heden tot de dag der algehele betaling en de kosten van het geding, hierin begrepen de R.P.V.

Het vonnis te horen uitvoerbaar verklaren, spijts alle verhaal en zonder borgstelling noch kantonnement;

Waarvan akte…"